M 06 3377 3172
SlidersTekst_Pools_600x600

Poolse arbeiders

Haest en De Graaff zijn Poolse arbeiders

70.000 Oost-Europeanen wonen, werken en leven in Nederland. In 2010 zijn dat er zeker 100.000, de meesten komen uit Polen. Mickelle Haest (rechts) en Greetje de Graaff leven 24 uur als nieuwe gastarbeider. Ze verzetten rauwe arbeid met mooie meiden, eten tussen honderd huisgenoten, drinken Tymbark en slapen krap in hun pension.

Werken

Op het prikbord in de hal van ons pension hangen de vertrekschema’s. Met dikke slaapogen zoeken we op de lange lijsten in welk busje wij moeten stappen. Bus ‘Onkruidwieden’, bus ‘Bevroren vis zagen’ en bus ‘Bouwvak’ vertrekken als eerste vandaag. Uitzendorganisatie Kennemerland deelt de honderd Poolse bewoners – evenveel mannen als vrouwen – van haar pension in Zandvoort volgens een ingenieus logistiek schema in. Vanuit diverse huisvestingsplaatsen in Haarlem en omstreken rijden nog meer busjes om de overige honderden Poolse gasten van deze uitzendorganisatie te werk te stellen. ‘Binnen 2 uur zijn wij in staat uitzendkrachten te leveren.’ Bus ‘Bloemen en planten’ is voor Haest en De Graaff van kamer 33. Vertrek 06.00 uur.

In het aardedonker schommelen we verdoofd van de slaap met onze Poolse mede-arbeiders naar Holland Indoor Plants in Aalsmeer, drie kwartier rijden. Chauffeur Jacek – borstelkop en diepe groeven – trekt een Red Bull open en legt een nicotinewalm over de gelaten stilte. It’s a beautiful day. Onder de tl-buizen in de kantine van Holland Indoor Plants constateren wij met verwondering dat make-up en kapsel van onze vrouwelijke collega’s tot in de puntjes verzorgd zijn. Platinablond of zwartbruin geverfd steil haar, Scherpe boogjes boven de ogen, strakke shirtjes met opdruk. Zij zijn de gerbera’s, wij de dahlia’s. Er wordt stevig koffie getankt en de eerste groepjes sigaretten vertrekken al naar de rookplek. Twee grote kantinetafels worden druk bevolkt door Polen. Iedereen kan elkaar verstaan, er wordt alleen niet gepraat. Aan een grote tafel bij het raam zitten drie eenzame Nederlanders.

Afdelingschef Arie begroet zijn gastarbeiders opgewekt en verdeelt het werk in het Duits en Engels. Nederlands hoeven de Polen niet te spreken. Tot twee jaar geleden stuurde Arie elke dag zijn Turkse ploegen aan, maar deze zijn van de ene op de andere dag ingeruild voor een nieuw blik gastarbeiders. Polen worden krachtig in de markt gezet: ze klagen niet, werken hard, zijn nooit ziek, overal inzetbaar en de papieren zijn in orde. De Turken hadden altijd wat, zo gaat het verhaal. Haest en De Graaff vragen zich beduusd af, wat hebben die Turken nu nog?

We staan met drie mooie meiden in een koude loods aan de boekettentafel. Een doctorandus pedagogiek, een studente rechten en een schoolverlater. Karren vol asters, rozen en ander Hollands schoon worden aangereden en door ons in rap tempo verpakt: cellofaan, papier, doos, of gewoon een elastiekje. In een voetenbad water vertrekken de bloemen op hun karren naar ongeduldige vrachtwagens die vliegtuig of boot niet mogen missen. Wij werken serieus en slaafs met ons ploegje mee. Deze meiden wonen samen in een rijtjeshuis in Aalsmeer dat gehuurd wordt door hun uitzendbaas. Na gedane weekarbeid liggen ze het hele weekend lamlendig op de bank.

“Break!” Een stralende kantinejuffrouw staat met open armen klaar, maar onze collega’s lopen zonder uitzondering naar de gemeenschappelijke koelkast. Ze verschijnen aan tafel met hun plastic tassen eigen voorraad. Broden, smeerkaas, worst, tomaten en komkommer worden in alle droogte opgegeten, melig is het hier niet. De kantinejuf hoopt op gezelligheid straks tijdens de lunch: ze gaat pannenkoeken bakken. Maar de intekenlijst blijft leeg. Zij heeft heimwee naar de Turken. Toen was het gezellig, tijdens het suikerfeest namen ze iets lekkers mee, en je vroeg nog eens naar elkaar.

Polen investeren in eigen land. Studenten werken voor hun studie, jongelingen voor een auto, stelletjes voor hun bruiloft en daarna voor de bouw van hun huis, de oude garde is hier voor het gezinsonderhoud. Arbeiten brengt het doel dichterbij, dus we gaan stug door. Wij prijzen hortensia’s, scannen codes, controleren aantallen, voeren lege karren af en volle aan. Spaarpotopbrengsten: zes en een halve euro per uur hier, tegen anderhalve euro in eigen land. De buitenlucht zien wij niet, maar de herfst komt langzaam binnen. Pompoenen, herfstboeketten en heide.

Eten

Op het vuur sudderen koteletten en varkenslapjes in overdadig vet. In de kale keuken van het pension maakt iedereen zijn eigen maaltje klaar op een van de negen kleverige gasstellen of in de aangekoekte magnetron. Haest loopt drie trappen op en neer om onze eigen pannen van de kamer te halen. Er schiet tot haar schrik een jongetje van een jaar of 8 aan haar voorbij. Op kamer 16 huist een hele familie. Vader en moeder werken in ploegen, het jongetje zit in het dorp op school. De Graaff pakt de boodschappen uit die we bij de Polski Sklep insloegen. De Poolse supermarkten rukken op in Nederland. De bouwvakker maakt op het gaspitje naast ons, met liefde zijn moeders recept: Kotlet Mielony (een soort bal gehakt). Op advies van onze collega’s kochten wij een pot Bigos, achter het glas zien we varkensvlees en zuurkool drijven op gestold vet. Gebakken visjes op de Zandvoortse boulevard zijn zo dichtbij, maar buiten de deur eten is geen optie. Sparen is het motto.

Een slaapplaats op een kleine tweepersoonskamer in het pension, kost 45 euro per persoon per week. Transport van en naar het werk is inbegrepen. Na afdracht van collectieve ziekteverzekering en servicekosten houden de meesten nog zo’n 200 a 250 euro per week aan hun straffe arbeid over. Een vrouw roert rondjes in de Kucharek-zupa. Elke ochtend vanaf 5 uur wast zij ´dirty clothes’ in de wasserij van een bekende hotelketen in Edam.

We nemen met ons bord Bigos plaats in de donkere eetzaal. Opgebrand in een afgeleefde omgeving, wachten wij op lotgenoten. Maar we zien de dampende pannen vanuit de keuken de trappen opgaan, ze worden achter gesloten kamerdeuren leeggegeten. Af en toe zien we een handvol arbeiders die voor de deur wordt afgezet. Zij zorgen voor kortstondige drukte in het trappenhuis, tot de deuren naar hun kamers sluiten. Wij nemen een dappere hap Bigos en spoelen door met het populaire Poolse vruchtendrankje Tymbark. Waar is de wodka!

Drinken

We zijn flink gewaarschuwd. Polen drinken zich laveloos en knallen – hopelijk in het juiste bed – neer tot ze weer moeten werken. Honderd Polen in één huis moeten genoeg zijn voor een feestje, lijkt ons. Op de gang vinden we slechts een biertje en een sigaret. Het zijn de oudere mannen met snor, zij zorgen hier voor hun huishouden thuis. De flessen doorzichtig vocht gaan er misschien onzichtbaar doorheen. We zoeken een open deur. Geluidloos lopen we door de gangen. Er wordt hier continu gewerkt en geslapen in ploegendienst. ‘Wat je niet wil dat jou geschiedt, doe je ook een ander niet.’ Voorzichtig leggen we ons oor te luister om te horen of de bewoner wakker is. Poolse muziek. Een klop op deur toont ons broer en zus uitgestrekt op bed. Hun verblijf van 6 weken zit er bijna op. Onder de waslijn door kijken ze tv. Koelkast, tv en bed behoren vast tot het interieur, WC en douche zijn op de gang. De krappe kamers zijn een bont patchwork van vele levens.

De vriendinnen Helena en Martine hebben bezoek van lasser. Een stille jongen die na drie jaar werken in Nederland zijn doel uit het oog verloren is. De auto heeft hij, een bruid niet. We gaan samen een filmpje kijken en gebruiken het bed als bank. De dvd-boy klopt aan, deze jongen rent van deur tot deur met zijn van huis meegebrachte Poolse filmcollectie. Sinds z’n vriendin weer naar Polen is vertrokken, kan hij niet meer rustig zitten – heimwee houdt hem gaande.

Het is serious business. Dronken Polen zijn ‘not useful’ en dus door de week schaars. Eén waarschuwing op de werkvloer of van de huis – tevens uitzendbaas en je vliegt eruit. Excessen stammen uit vroeger tijden, toen mochten alleen Polen met een Duits paspoort het land binnen. Nu zijn er voor jou nog honderd anderen – nuchter van geest.

Magda toont ons voor de hoofdfilm trots de bruiloftsvideo van haar vriendin. Deze witte sprookjesprinses en haar man verdienden hun bruiloft als gastarbeiders. Haest en De Graaff zien familieleden feestelijk voorbijtrekken. Opeens is de sfeer bedrukt. Wanneer gaan we weer naar huis of blijven we? Het dilemma is: hoe langer we hier werken, hoe meer geld, maar ook: hoe meer we uitgeven en hoe verder we van huis vervreemden.

Slapen

In de gangen hangen over de leuningen aaneengesloten rijen was. Werkbroeken, sokken en fleece-jasjes hangen fris gewassen klaar voor de dag van morgen. Haest en De Graaff openen hun kamerdeur, alle vroege vogels gaan in de veren. Wij slapen in een roze wolk, de zoet geverfde muren hangen vol met trouwfoto’s. Dit echtpaar is op familiebezoek en komt zondag terug om verder te werken aan de bouw van hun huis. Wij mogen hun kamer gebruiken. Elke vrijdag rijden talloze busjes naar huis, zaterdag en zondag arriveren nieuwe uitzendkrachten en oudgedienden. Het wervingsbureau van Kennemerland in Polen doet zijn werk goed.

Ontkleden tussen tafel en bed kan niet zonder slag of stoot. Het dagelijks leven bevat meer werk- dan leefruimte. Om elf uur liggen we plat. De koelkast slaat af en toe aan. Waar dromen wij van – doelloos kunnen we hier niet leven. Een nachtlang piekeren lukt gelukkig niet, uitputting lost alles voor ons op. We vallen in een diepe slaap. Als wij wakker worden zijn er al 96 mensen aan het werk.

Haest & De Graaff

Samen met Haest beleefde ik verschillende werelden van binnenuit. Zo ‘werkten’ wij in jeugdzorg, als begrafenisondernemer, toiletjuffrouw, vuilnisman of taakgestrafte. Wij sliepen in het verpleegtehuis, trokken ten strijde tijdens een militaire oefening of liepen in een burka over straat.
Onze paginagrote reportages waren jarenlang in NRC Handelsblad te lezen.